Max en Wouter zijn beiden dertien jaar en klasgenoten. Ondanks hun verschillende interesses zijn ze goed bevriend. Wanneer ze naar de HBS gaan, verliezen de jongens elkaar echter uit het oog. Jaren later, wanneer hij geneest van een spierziekte, komt Wouter erachter dat Max in een psychiatrische inrichting is opgenomen. Er is nog maar één persoon met wie Max wil praten: Wouter. Die ontdekt welk verschrikkelijk geheim door Max' familie verborgen wordt gehouden. Een even subtiele als aangrijpende roman van een van onze grootste schrijvers.