Weerbarstige praktijk
In Creatieve fabrieken geeft Vera Cerutti een uitvoerige beschrijving van de herbestemming van tien fabrieken in Nederland en het buitenland. Het boek toont de taaie worstelingen, de slimme vondsten, de wonderlijke ontdekkingen, de smeuïge verhalen op weg naar iets ouds nieuws.
|Met onbekende herbestemming
HILDE DE HAAN ¿ 16/09/11, 00:00
De bouwcrisis lijkt een zegen voor oude, leegstaande complexen. Die kunnen worden gered door ze een nieuwe bestemming te geven. Maar de weg ernaartoe is grillig en zonder inzet van een bevlogen enkeling lukt het niet.
Op 13 mei 2008 woedt in Delft een felle brand die de hele faculteitstoren van Bouwkunde verwoest. Een groot verlies, dat echter onmiddellijk wordt verzacht. Want de as is nog niet geruimd of minister Plasterk belooft al dat er iets nog veel mooiers voor in de plaats zal komen. Hij zegt het stoer, in politiek cliché: een icoon voor de Nederlandse architectuur.
Het mocht niet zo zijn. Vier maanden later viel in de Verenigde Staten een bank om. Na dit failliet van Lehman Brothers was niets in de bouwwereld meer als daarvoor. De degelijke nieuwbouwtrein - die trots van bouwend Nederland - kwam plotseling vrijwel tot stilstand. Veel architecten waren in mei 2008 nog zeker van hun veilige bestemmingen vol gouden bergen. Diezelfde herfst stonden ze, uitgerangeerd, in onbekend gebied waar nauwelijks nieuwbouw mogelijk was.
De oplossing die er kwam voor Delft, is tekenend. De oude scheikundefaculteit, uit 1915, stond leeg en een klaarliggend plan om het tot appartementen te verbouwen, werd op de lange baan geschoven. Een team van architectenbureaus, waaronder het beroemde MVRDV, bedacht in razend tempo een verbouwingsplan waarmee dit sombere Rijksmonument voor een tijdelijke faculteit geschikt werd gemaakt. De crisis greep steeds meer om zich heen en al vlug werd besloten dat het beloofde nieuwe 'icoon van de Nederlandse architectuur' nooit gebouwd zou worden. Bouwkunde blijft nu definitief in zijn 'tijdelijke' onderkomen.
De stand van de architectuur in Nederland is sinds 2008 grondig veranderd. Het is overal behelpen geblazen - maar tegelijkertijd gloort er hoop. Overal komen gebouwen leeg te staan en die zouden weleens de kans bij uitstek kunnen bieden de bouwwereld er weer bovenop te helpen.
In de jongste Nota Architectuurbeleid, uit 2009, is 'het bevorderen van herbestemming en herontwikkeling van waardevolle gebouwen en gebieden' het speerpunt. Met grote ijver zet vooral de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort zich hiervoor in. In juni 2010 is vanuit deze dienst het Nationaal Programma Herbestemming opgericht, met als doel iedereen die met herbestemming te maken heeft, te ondersteunen.
De eerste resultaten worden deze maand gepresenteerd. Allereerst is er sinds kort de site herbestemming.nl. Betrokkenen kunnen hier een beroep doen op een vliegende brigade van ervaringsdeskundigen, een quickscan doorlopen voor de Europese regelgeving, allerlei voorbeeldprojecten bestuderen en achterhalen waar wellicht subsidie te halen valt.
De tweede mijlpaal is het boek Herbestemming in Nederland dat op 4 september verscheen. Het is geschreven door Marinke Steenhuis en Paul Meurs, bekende adviseurs op gebied van cultuur- en architectuurhistorie, die 25 succesvolle projecten hebben gebundeld. Met het boek laten ze zien dat het herbestemmen van oude gebouwen een eervolle opdracht is, ook voor ambitieuze architecten.
Daar zijn toppers bij, zoals de Van Nellefabriek (1930) in Rotterdam, die vanaf 2004 door architect Wessel de Jong werd verbouwd tot bruisende werkplaats voor creatievelingen. Maar de auteurs zijn ook afgereisd naar Veenhuizen, Noord-Drenthe, waar het oude heropvoedingsgesticht door Oving Architecten werd omgetoverd tot een succesvol Nationaal Gevangenismuseum. Inspirerend is ook hoe de tientallen bunkers en forten van de Nieuwe Hollandse Water