August Diehl
August Diehl (1976, Berlijn) geldt als een van de meest belangrijke jonge Duitse toneelspelers van
dit moment. Hij studeert af aan de Hogeschool voor Toneel Ernst Busch in Berlijn. Al tijdens
zijn opleiding raakt hij betrokken bij Hans-Christian Schmids thriller 23 (1998) en voor zijn rol als paranoïde
computerhacker ontvangt hij de Beierse Filmprijs en de Duitse Filmprijs. In 2000 is hij te zien
in Rainer Kaufmanns verfilming van Ingrid Nolls Kalt ist der Abendhauch en wordt hij door de European
Film Promotion benoemd tot Duitse ‘Shooting Star’. Op het witte doek volgen Peter Sehrs Love the hard
way (2001), Robert Schwentkes veel besproken regiedebuut Tattoo (2002) en Hans-Christian Schmids
Lichter (2002). Ook speelt hij rollen in onder andere Stefan Ruzowitzkys Anatomie 2 (2003), Achim von
Borries Was nützt die Liebe in Gedanken (2003) – hiervoor ontvangt hij de DIVA Award voor Beste Acteur
en de Prijs van de Duitse Filmkritiek – en Volker Schlöndorffs Der neunte Tag (2004). In 2006 speelt Diehl
onder andere in Michael Glawoggers Slumming, in Stefan Ruzowitzkys Die Fälscher (in 2007 bekroond
met de Oscar voor Beste Buitenlandse Film), in Martin Gypkens Nichts als Gespenster en in Andreas Kleinerts
Freischwimmer. In 2008 is hij te zien in de Duits-Colombiaanse bioscoopfilm Dr. Alemán (regie: Tom
Schreiber) en in Anonyma – Eine Frau in Berlin van Max Färberböck.
August Diehl werkt naast zijn filmcarrière zeer succesvol in het theater en treedt onder andere op in
producties in het Maxim Gorki Theater Berlijn, de Schouwburg van Hamburg en het Burgtheater in
Wenen. In 1999 wordt Diehl door het tijdschrift Theater heute tot Jonge Toneelspeler van het Jaar benoemd,
in 2001 ontvangt hij de Alfred Kerr Acteursprijs.